Havenbeveiliging

Havenbeveiliging is een apart onderdeel van veiligheidsdienstverlening en heeft expliciete nationale en internationale wetgeving. Het is tegenwoordig steeds belangrijker om havens goed te beveiligen. Sinds 2001 is het beveiligen van schepen en havens tegen terroristische aanslagen versneld geprofessionaliseerd. Internationale belanghebbenden hebben de internationale code voor schepen en havens vastgesteld. Daarnaast heeft Nederland ook specifieke wetgeving die specifieke eisen stelt aan het waarborgen van de havenveiligheid en die eisen stelt aan de inrichting van het personeel (opleiding). Beveiligingsambten die werkzaam zijn in de haven moeten naast het basisdiploma Beveiliger 2 ook een certificaat Havenbeveiliger hebben.

 

Havenbeveiligingswet

De Havenbeveiligingswet stelt eisen aan organisaties en medewerkers die te maken krijgen met havenbeveiliging. Deze eisen richten zich met name op de opleidingseisen, het hanteren van de ISPS-code en verschillende veiligheidsprotocollen en procedures. Er is in Nederland een speciaal certificaat dat havenbeveiligers naast het diploma Beveiliger 2 moeten behalen.

 

ISPS-code

De International Ship and Port facility Security Code (ISPS) is een uitbreiding van de Safety Of Live At Sea (SOLAS) code. Deze code gaat over het beveiligen van havens en schepen tegen terrorisme. De code is versneld aanvaard door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) naar aanleiding van de aanslagen op 11 september 2011 en de aanslag op een olietanker in 2002. De code bestaat uit twee onderdelen. Het eerste onderdeel heeft verplichte voorschriften. Het tweede onderdeel bestaat uit aangeraden voorschriften. De verplichte voorschriften bestaat uit verplichte veiligheidsplannen, de veiligheidsofficier aan boord en aan de wal en het installeren van veiligheidsmaterialen als camera’s en metaaldetectoren. Daarnaast moeten zowel personen als vrachten bij binnenkomst en vertrek gecontroleerd worden.

 

Piraterij

We zien dat piraterij nog steeds voorkomt. Dit is met name te zien op en rondom scheepvaartroutes van en naar Somalië. Schepen lopen het risico gekaapt en langdurig vastgehouden te worden. Er zijn daarom verschillende initiatieven opgestart in NAVO en Europees verband. Zo is er de NAVO-operatie, waaraan de Nederlandse marine deelneemt met een tal van schepen. En het EU-project Atalanta dat ook actief is in die regio. Schepen die onder de Nederlandse of Antilliaanse vlag varen kunnen een aanvraag indienen en zo Nederlandse mariniers aan boord krijgen ter bescherming. Dit heeft ook wel Vessel Protection Detachment (VPD). Het aanvragen van een VPD is echter niet zo makkelijk en kan ook een hoop tijd kosten. Daarnaast leveren tegenwoordig ook particuliere beveiligingsorganisaties beveiligers voor op schepen. Deze organisaties opereren vaak internationaal, dit roept soms moeilijke vragen op. Want voor de beveiliging van een schip zijn wapens nodig. De vraag is dus welke wetgeving hierbij van toepassing is. Nederlandse beveiligers zitten vast aan strenge regels en mogen niet zomaar met vuurwapens omgaan, enkele uitzondering daargelaten. In Duitsland is er namelijk een uitzondering gemaakt voor beveiligers. Op het initiatief van de Stichting Maatschappij Veiligheid en Politie heeft de Adviesraad Internationale Vraagstukken een rapport geschreven over hoe wenselijk het is om particuliere beveiligingsorganisaties ook te laten bewapenen. De overheid is bezig met het vormgeven van beleid op dit gebied.